
Vakvereniging waarschuwt voor lokale willekeur bij gezondheidsbeleid
FrituurProFri vraagt gemeente Haarlem om juridische onderbouwing voor weren snackbars en fastfoodzaken
ProFri, de Vereniging Professionele Frituurders, heeft het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Haarlem om opheldering gevraagd over het voornemen om nieuwe snackbars en fastfoodzaken te weren in Hart voor Oostpoort, de nieuwe gebiedsontwikkeling rond station Haarlem Spaarnwoude.
Volgens berichtgeving van het Haarlems Dagblad heeft een raadsmeerderheid zich uitgesproken voor het weren van nieuwe snackbars en andere fastfoodzaken in dit gebied. De juridische uitwerking lijkt nog te moeten volgen, onder meer via tenderstukken, stedenbouwkundige kaders of het omgevingsplan. Juist daarom vraagt ProFri nu om duidelijkheid.
In de brief aan de gemeente Haarlem stelt ProFri vragen over de juridische grondslag, de gehanteerde definities en de objectieve onderbouwing van de voorgenomen uitsluiting. De vereniging wil onder meer weten wat Haarlem precies verstaat onder begrippen als “fastfood”, “snackbar” of “fastfoodzaak”, welke ondernemers wel of niet onder de maatregel zouden vallen en op basis van welke gegevens juist deze ondernemerscategorie geweerd zou moeten worden.
“Gezondheid is belangrijk, maar dat vraagt om zorgvuldig beleid en niet om het op voorhand uitsluiten van een complete ondernemerscategorie,” zegt ProFri-directeur Sven Flapper. “Een gezonde leefomgeving ontstaat door een evenwichtige mix van voorzieningen, goede voorlichting en het stimuleren van bewuste keuzes. Ondernemers moeten worden beoordeeld op hun bijdrage aan de wijk, niet op basis van een vooraf opgeplakt label.”
Van Almere naar Haarlem
ProFri ziet het Haarlemse voornemen niet als een op zichzelf staand geval. Eerder speelde in Almere het idee om bedrijven te weren die frituren. Daarbij werd één bereidingswijze uitgelicht alsof frituren op zichzelf het probleem zou zijn. In Haarlem lijkt de discussie breder te worden getrokken naar een hele categorie fastfoodbedrijven.
Volgens ProFri dreigt daarmee lokale willekeur. Zonder duidelijke definitie is onduidelijk waar de grens ligt. Geldt een verbod bijvoorbeeld wel voor een snackbar, maar niet voor een broodjeszaak, pizzeria, sushizaak, supermarkt met warme snacks of restaurant met afhaalbalie?
ProFri vraagt Haarlem daarom ook of is onderzocht of de maatregel voldoet aan beginselen als noodzakelijkheid, proportionaliteit, evenredigheid en non-discriminatie. Ook wil de vereniging weten welke minder ingrijpende alternatieven zijn overwogen, zoals het stimuleren van variatie in het voorzieningenaanbod, kwaliteitscriteria, afspraken over uitstraling, afvalpreventie, openingstijden of voorlichting.
Cafetaria’s horen bij de wijk
Snackbars, cafetaria’s en andere fastfoodbedrijven zijn volgens ProFri onderdeel van wijken, dorpen en steden. Het zijn lokale ondernemers, werkgevers en ontmoetingsplekken. Veel frituurondernemers investeren in kwaliteit, hygiëne, vakmanschap, verantwoorde bereiding en gastvrijheid.
Daarnaast leveren deze bedrijven een bijdrage aan de lokale werkgelegenheid. Voor veel jongeren vormt de cafetaria of snackbar een eerste bijbaan: laagdrempelig, dicht bij huis en midden in de samenleving.
“Wij roepen gemeenten op om gezondheid, leefbaarheid en ondernemerschap niet tegenover elkaar te zetten,” aldus Flapper. “Als gemeenten willen werken aan gezondheid, doe dat dan zorgvuldig, onderbouwd en in gesprek met ondernemers.”
ProFri blijft vergelijkbare lokale ontwikkelingen kritisch volgen en roept frituurondernemers op om signalen over het weren van snackbars, frituurbedrijven of fastfoodzaken direct bij het secretariaat te melden.















