Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is blij dat de Tweede Kamer de noodzaak inziet van een aanvullend steunpakket voor de horeca. Gisteren vond er een speciaal coronadebat plaats in de Tweede Kamer, waarbij Kamerleden aandacht hebben gevraagd voor het feit dat het huidige steunpakket onvoldoende is voor de horecabranche. De Tweede Kamer wil, dankzij een ingediende motie van de VVD en D66, snel duidelijkheid van de regering over de aanvulling op het lopende steunpakket voor de horeca, specifiek rondom de doorlopende vaste lasten. Daarnaast pleiten ChristenUnie en CDA voor een onderzoek naar de mogelijkheden of én hoe de vaste bedrijfskosten kunnen worden vergoed. KHN ziet de aangenomen moties als een steun in de rug voor alle lobby inspanningen, die recht doet aan de nood bij horecaondernemers.

Tweede steunpakket: onderzoek naar vergoeding vaste lasten
Naast het feit dat KHN pleit voor de reparatie van het huidige steunpakket, voert KHN ook al weken een actieve lobby bij zowel het kabinet als de Tweede Kamer voor een aanvullend steunpakket. Voorafgaand aan dit debat sprak KHN met diverse partijen over het door KHN opgestelde noodzakelijke noodplan voor de horeca. Het huidige steunpakket is namelijk onvoldoende en dekt niet alle kosten die voor veel horecaondernemers gewoon doorlopen. De drie kernpunten uit het bij het kabinet ingediende KHN-noodplan zijn: reparatie NOW-regeling met terugwerkende kracht én vanaf 1 juni opgevolgd door een vervolg-WW voor medewerkers, gemakkelijkere kredietverstrekking door MKB-noodfonds en ingrijpen op doorlopende huurkosten door huurkorting of huurcompensatie. Veel onderwerpen uit dit voorstel kwamen tijdens het debat aan de orde. Er werd een motie van VVD en D66 aangenomen, waarin het kabinet wordt opgeroepen om medio mei duidelijkheid te bieden op een aanvulling op het lopende steunpakket en daar specifiek het probleem van de doorlopende vaste lasten in mee te nemen. Ook de ChristenUnie en het CDA dienden een motie in over het steunpakket welke werd aangenomen door de Tweede Kamer. In deze motie roepen zij de Regering op om te onderzoeken of én op welke wijze doorlopende vaste bedrijfskosten kunnen worden vergoed, bijvoorbeeld door een vervanging of aanpassing van de TOGS-regeling of de NOW-regeling. Tijdens het debat gaf minister-president Rutte aan dat het kabinet verder in gesprek gaat met KHN om de mogelijkheden te bespreken.

Eerste stap in goede richting, nu doorpakken
KHN is blij dat meerdere partijen de lobbyinzet van KHN ondersteunen, wat zich heeft door vertaald in deze twee moties. KHN dringt er bij het kabinet en de Tweede Kamer op aan dat er snel actie wordt ondernomen, zodat er ook snel concrete en goede oplossingen worden gevonden voor horecaondernemers. KHN gaat ervan uit dat het kabinet voortvarend aan de slag zal gaan met het uitvoeren van de moties en denkt graag mee om tot effectieve en werkbare oplossingen voor de horeca te komen.

Heropening
Tijdens het coronadebat zijn er ook verschillende vragen gesteld rondom de heropening van de horeca per 1 juni. VVD en CDA vragen het kabinet om de horeca voor het Pinksterweekend al open te laten gaan, in plaats van op 2e Pinksterdag. Dit zou voor een betere spreiding van gasten moeten zorgen en daardoor veiliger moeten zijn dan wanneer de horeca open mag op 1 juni. Het kabinet handhaaft voor de horeca vooralsnog de datum van 1 juni. Maar Rutte benoemde expliciet dat het gesprek tussen KHN en minister Grapperhaus en staatssecretaris Keijzer “misschien wel moest worden voortgezet” om te kijken wat mogelijk en wenselijk is om te grote drukte te vermijden. Ook stelde Rutte dat gemeenten veel kunnen doen om de horeca tegemoet te komen, bijvoorbeeld door extra ruimte voor terrassen beschikbaar te stellen, wat ook meer spreiding geeft.

Gezinnen aan één tafel
Dijkhoff (VVD) vroeg of de 1,5 meter betrekking heeft op de afstand tussen personen of de afstand tussen tafels. Voor een gezin zou het bijvoorbeeld heel lastig zijn als ze aan tafel verplicht op 1,5 meter afstand moeten zitten. Rutte geeft aan dat de 1,5 meter betrekking heeft op de afstand tussen personen, dus ook binnen één gezin. Op de vraag van Dijkhoff om hier toch nog een keer over na te denken, antwoordt Rutte dat het maken van uitzonderingen heel moeilijk te handhaven is: ‘Hoe controleer je dat personen daadwerkelijk behoren tot één gezin?’ Maar hij zegt toe om daar nog een keer goed naar te kijken en dit mee te nemen in het vervolggesprek tussen KHN en minister Grapperhaus en staatssecretaris Keijzer.

KHN gaat ook de komende periode actief het gesprek aan op landelijk, regionaal en lokaal niveau over de verschillende mogelijkheden om zo snel mogelijk weer volledig en veilig open te kunnen gaan en de horeca letterlijk en figuurlijk meer ruimte te kunnen bieden. We gaan ervan uit dat we er gezamenlijk voor kunnen zorgen dat horecaondernemers gecompenseerd worden op een manier die recht doet aan het ondernemerschap en de branche waarin wij werken.